Tekst en interview: Eloy Bruins

 

Berni van Gils begon haar beeldende opleiding aan de vrije leergangen van de vrije universiteit (VLVU), waar zij werd opgeleid tot leraar tekenen/handvaardigheid. Al snel tijdens deze opleiding werd duidelijk dat zij meer uit het vak tekenen wilde halen dan wat de opleiding bood. Dit bleek onder ander doordat zij vooral te vinden was op de afdeling handvaardigheid omdat zij vond dat daar meer te leren was. Naast de opleiding ging zij extra cursussen volgen.

Toen zij de opleiding had afgerond werd zij dan ook zonder veel moeite toegelaten tot Academie voor Beeldende Vorming in de Lutmastraat.

De Lutma bleek het tegendeel van de VLVU. Leren lesgeven was écht een bijzaak, de vakken tekenen en schilderen stonden daarentegen hoog in het vaandel. Waar op veel andere kunstacademies in de jaren 60 – met name onder invloed van CoBra – een bescheiden Beeldenstorm had gewoed stond deze academie nog vol gipsafgietsels van de grote klassieke voorbeelden.

Hier ontdekte Berni dat alléén leven voor de kunst en een schildersezel als voornaamste levenspartner nou niet bepaald haar roeping was.

Ik kon er niet goed tegen de hele week alléén maar te schilderen, ik moest op een gegeven moment de deur uit om mensen te zien’.

 

Na het afronden van de academietijd ging ze dan ook, tot haar eigen verbazing, met veel plezier tekenles geven. Het sociale aspect van het lesgeven gaf veel voldoening. ‘Totdat ik op een gegeven moment toevallig een advertentie zag slingeren met een vacature voor een tekenleraar aan de RudolfSteinerschool van Haarlem. Ik kende de Vrije School alleen van een les over traditionele vernieuwingsscholen op de VLVU. Daar was van blijven hangen dat de Vrije School de kunstvakken heel belangrijk vond. Met het idee ‘dat móet dus wel een ideale school zijn om kunst te geven’ heb ik gesolliciteerd, terwijl ik eigenlijk een uitstekende baan had op het st. Gregoriuscollege in Utrecht’. 

Toevallig” vond zij die dag op straat een prachtige vulpen. ‘Die heb ik gebruikt om een handgeschreven sollicitatie te schrijven. Dat wist ik mij ook nog te herinneren uit die les. Ik dacht: dat wordt daar vast zeer gewaardeerd.’

Of het nu door die handgeschreven brief was is verder nooit duidelijk geworden, feit was dat Berni werd uitgekozen.

 

Ik werk nu al weer 9 jaar halftijds op deze school en dat vind ik ideaal. De helft van mijn werktijd geef ik echt met erg veel plezier les en thuis werk ik aan portretopdrachten. Op school kan ik mijn kennis doorgeven aan leerlingen en in mijn atelier kom ik zelf aan bod. Wat ik met name mooi vind aan portretschilderen is dat het altijd in opdracht is. Ik wéét dus dat mijn werk ergens komt waar het gewild is. Het verdwijnt niet in een la op een depot.’

 

Hoe vond je het dat je van school de opdracht kreeg om een portret van Rudolf Steiner te schilderen?’

Ik was er erg mee in mijn nopjes, het is een mooie opdracht. Ik vind overigens dat als je school Rudolf Steinerschool heet je min of meer verplicht bent een goed portret van de man op te hangen. Je gebruikt die naam, dat schept een soort verplichting. Dat vind ik bijvoorbeeld ook als je je school ‘Julianaschool’ noemt.’

 

OK, maar de school hangt vol met portretten, op de meest vreemde plekken kom je nog wel kopietjes tegen met zijn portret…’

 

Maar dat vind ik totaal anders, dat zijn reproducties. In feite is dat natuurlijk namaak. Dit portret is handgemaakt. Hoe ik ook mijn best doe écht zijn portret te maken, het blijft mijn interpretatie en mijn werk. Dat maakt een geschilderd portret veel spannender dan een kopie van een oude foto…’

 

Dat begrijp ik, maar hoe ben je dan te werk gegaan. Je kon Steiner niet vragen hier model te gaan zitten…’

Dat was inderdaad een uitdaging. Normaal schilder ik mensen die dat zelf willen, en die hier dan ook komen. Dan zie je een levend mens, je praat en drinkt thee, zo iemand leer je gewoon kennen.’

 

En nu moest je het doen met – niet al te beste – portretfoto’s’

Ik ben in de bibliotheek begonnen. Natuurlijk zijn er rijen boeken van Steiner. Zijn eigen boeken, verslagen van zijn lezingen, boeken van anderen die zijn theorieën verder uitbouwen. Maar er is echt verdomd weinig over de man zelf…Ik heb 3 biografieën gekocht en bestudeerd die gaan keurig over zijn werk maar bijvoorbeeld nauwelijks over zijn huwelijken.’

 

Hij heeft een autobiografie geschreven’

Ja, maar daar vertelt hij eigenlijk alléén maar hoe en waarom hij zijn gedachtegoed ontwikkelt heeft. Er staat haast niets in over zijn persoonlijke leven’

 

En dat wou jij nou juist weten’

Ja natuurlijk! Ik wil die man schilderen. Ik wil weten hoe hij bewoog, wat hij at. Of hij rare gewoontes had ofzo.’

 

Is dat dan gelukt?’

Maar zeer gedeeltelijk. Zelf wíl hij daar echt niet over vertellen. Dat is ook wel logisch want hij werd enorm op een voetstuk gezet. Hij had echt ‘volgelingen’, en dat wilde hij nou juist niet. Althans dat zegt hij steeds.

 

Je vertrouwt hem niet op dat punt?’

Ik ben daar niet uit. Het is toch meer dan 85 jaar geleden. Het zijn verhalen opgetekend in boeken, gekleurd door de tijd waarin hij leefde en gelezen met de bril van deze tijd. Er is een anekdote dat hij tijdens een wandeling ineens stopt om en steentje uit zijn schoen te halen. Hij zegt dan ‘Dat moet ik er even uit halen anders loopt morgen de halve stad met een trekkend been’. Op zichzelf leuk natuurlijk, maar hij had ook niets kunnen zeggen. Nu vestigt hij er wél de aandacht op, maar het heeft natuurlijk ook wel humor.

Verder is hij in ieder geval gigantisch ambitieus geweest. Als je ziet wat een bergen werk hij verzet heeft, al meteen vanaf zijn studententijd, dat is echt niet normaal. En – misschien was dat in die tijd gebruikelijker – hij heeft werkelijk overal verstand van. Je kan haast geen onderwerp verzinnen of hij heeft er wel een lezing over gegeven.

De vraag “wie is Steiner?” is eigenlijk onbeantwoord gebleven en de nieuwsgierigheid is behoorlijk toegenomen.’

 

Hij kijkt altijd zo ernstig’

Ja, dat is een verhaal apart. Allereerst zie je dat op veel portretten uit die tijd. Mensen hadden in slechte gebitten. Maar er is meer over te vertellen: alles wat die man deed had hij doordacht. Ik heb speciaal bewaard wat hij daar over zegt: ‘De ernst als openbaring van een wezen is de weerspiegeling van de kosmos door dit wezen; de glimlach is de uitdrukking van wat een wezen zelf naar de wereld uitstraalt’.

 

Tsja, hij wil écht niet dat je naar zijn dagelijkse hier en nu kijkt. Het gaat hem om zijn gedachtegoed, het kosmische, het hogere, de toekomst’

Jawel, maar IK wil een goed portret maken! En het spijt me voor Steiner, dat gaat toch ook over vlees en bloed…’

 

Heb je dan wat kunnen ontdekken’

Ook in andere biografieën vind je niet echt veel. Ze zijn toch allemaal vanuit een enorme bewondering geschreven. Een echt goede, objectieve biografie is er naar mijn idee nog niet.

 

Dus…’

Dus heb ik vooral goed naar zijn foto’s gekeken. Daar is toch wel wat uit te halen… Het viel me bijvoorbeeld op dat al zijn tijdgenoten vrij strakke boorden met stropdasjes of kleine strikjes droegen. Hij draagt op vrijwel alle portretten grote flamboyante strikken. Ik vermoed dat dit in die tijd toch opvallend was.

Daarnaast levert het ook wat op als je goed naar de datering van de opnames kijkt. Hij is een tweede keer getrouwd, twee jaar nadat zijn eerste vrouw, Anna Ennicke overleden was. Dat tweede huwelijk was met Marie von Sivers. Samen trokken Steiner en von Sivers stad en land af om lezingen te houden. Ook al toen Anna nog leefde. Er zijn antroposofen die beweren dat dit tweede huwelijk alleen was om de roddelpers de wind uit de zeilen te nemen. Dan is het wel leuk als je een foto vindt waar Steiner en von Sivers samen op staan. En als je écht goed naar hun gezichtsuitdrukkingen kijkt zie je duidelijk dat ze het in ieder geval minstens goed met elkaar kunnen vinden. En die foto dateert uit de tijd dat Anna nog leefde. Dat vond ik dan wel smeuïg, een beetje zoeken naar de soap…´

 

´Ik kan het ook met wel meer vrouwen ´goed vinden´, dat zegt toch niet zo veel…´

´Dat weet ik ook wel, het gaat meer om het uitzoeken. En ik weet in ieder geval dat die twee het goed konden vinden. Dat maakt toch dat ik het een leukere man vind.´

 

´Je hebt een aantal voorstudies gemaakt´

´Ja, en daar heeft een groep leerkrachten naar gekeken. Daar is uiteindelijk bepaald welk portret ik op groot formaat zou gaan uitwerken´

 

´En toen moest je aan de gang met en redelijk onscherpe foto, met dichtgelopen schaduwen en overstraalde lichtpartijen.´

´En ook nog eens zwart wit. Terwijl ik écht een portret in kleur wilde maken.´

 

´Het is een bijzonder overtuigend portret geworden. Waarin je veel meer ziet dan op de foto´

´Dank je wel, het is een behoorlijke inspannende klus geweest. Ik heb ergens gelezen dat Steiner een warme, volle en innemende stem had. Op de foto is zijn mond vrij strak. Daardo